Johannes 20,19-23 – zr. Elisabeth
inleiding:
In een wereld vol schreeuwende ego’s en oorlogen snakken we naar een vredevolle eenheid op onze zuster moeder aarde. Pinksteren, het feest dat samenbrengt, dat elkaar doet verstaan, dat inspireert en aanvuurt. Dit is wat wij de wereld toewensen, wat de wereld nodig heeft. Laten we in deze viering beginnen bij onszelf, om daar de Geest op het spoor te komen om die van daaruit uit te kunnen dragen naar de wereld om ons heen.
overweging:
Zusters en broeders,
De leerlingen zitten bij elkaar in huis met de deur op slot, angstig en verward. Ze hebben veel meegemaakt met Jezus: verraad, kruisiging, een leeg graf en dan de opstanding van Jezus.
En waar Pinksteren in het Johannesevangelie wel heel snel lijkt te volgen op zijn opstanding – al staat er niet precies een tijdspanne bij – hebben wij er 50 dagen de tijd voor gehad om te bekomen van alle ingrijpende gebeurtenissen met Jezus. En ik weet niet hoe het bij jullie is, maar ik heb ook altijd echt wel tijd nodig om enigszins te bevatten wat we elk jaar weer beleven met Jezus in de Goede Week en zijn verschijningen in de Paastijd. Maar terug naar de leerlingen.
Opeens is Jezus daar in hun midden, niet omdat zij de deur hadden opengezet, niet omdat ze het allemaal begrepen hadden, maar omdat Híj komt. Dat is het begin van Pinksteren, niet onze openheid, maar Zíjn komst. Niet onze woorden, maar Zíjn vrede komt over ons. Hij blies over hen en zei: Ontvang de Heilige Geest. Dat is de adem van God, die in het begin over de wateren zweefde. De adem die Adam tot leven wekte. Diezelfde adem blaast Jezus nu over zijn bange, gesloten gemeenschap, daar gebeurt Pinksteren. Dat maakt Pinksteren zo troostrijk. Het is niet een feest alleen voor de sterken, maar ook juist voor hen die samen blijven daar waar gebrokenheid is.
In het verhaal over Franciscus en zijn broeders horen we iets soortgelijks. Ook daar is een kleine gemeenschap, in het begin, kwetsbaar, zoekend. De broeders zitten samen om over Christus te spreken. En Franciscus doet iets opmerkelijks: hij preekt niet zelf en er is geen andere geleerde die spreekt, maar hij zegt eenvoudig tot zijn broeders: “Spreek over God wat de Heilige Geest je ingeeft.” En de broeders spreken. Eenvoudige mensen, aangespoord om innerlijk te luisteren naar wat de Geest hen ingeeft. En telkens laat Franciscus hen zwijgen – niet om hen de mond te snoeren of te corrigeren, maar om ruimte te maken voor de volgende stem.
Dat is Pinksteren: de Geest die niet aan één mond vastzit, die niet bezit wordt door één charisma, maar die rondgaat, ademt, beweegt. En dan kan er iets heel bijzonders gebeuren, dan kan Christus verschijnen in een hoedanigheid die voor ons ongewoon, ja buitengewoon is.
Als een beeldschone jongeman – vol leven, vol licht. Hij zegent hen, vervult hen met zoetheid. En dat is zo intens voor ze dat het niet te bevatten is, ze gaan er zó in op dat ze als dood neervallen en niets meer waarnemen van het aardse leven. Hieraan is de Geest te herkennen, het gaat buiten onze eigen denkwijzen om, zo ontstaat er een nieuwe werkelijkheid die onze wereldse realiteit te boven gaat. Het is opvallend dat ook hier niet de woorden van de broeders Christus hebben opgeroepen, maar daar waar zij zich toevertrouwen aan de Geest, dáár is Hij in hun midden.
Dit jaar gedenken we dat Franciscus 800 jaar geleden gestorven is.
En toch hebben de minderbroeders als thema bedacht: ‘Franciscus, springlevend’! Franciscus leeft niet omdat wij hem herdenken, maar omdat dezelfde Geest die hem bezielde nog steeds ademt in de Kerk, nog steeds eenvoudige monden opent, nog steeds kleine gemeenschappen, kloosters tot plaats van Gods aanwezigheid maakt.
Franciscus is springlevend waar broeders en zusters elkaar laten spreken. Waar men durft te zwijgen om een ander ruimte te geven. Waar men niet vertrouwt op eigen wijsheid maar op wat de Geest vandaag wil zeggen op weg naar een wereld die komen gaat. En dan kunnen we met de woorden van zr. Theresia zeggen: ‘we laten ons verrassen.’
En dan nog even terug naar het Evangelie van Johannes want daar staat toch nog wel iets wat onze aandacht vraagt. Nadat Jezus de Geest blies over zijn leerlingen staat er meteen: ‘Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.’
Dat klinkt misschien zwaar in onze oren. Alsof Jezus hier een bijzondere macht doorgeeft. Maar als je goed kijkt, gaat het eigenlijk over iets heel menselijks en heel concreets. Want wat doet zonde vaak? Zonde zet vast. Mensen raken gevangen in schuld, verwijt, bitterheid, angst.
Soms tegenover God, maar ook tegenover elkaar. En precies dáár blaast Jezus zijn Geest. De Geest maakt weer ruimte. De Geest opent wat gesloten zat. Vergeving betekent dan niet: doen alsof er niets gebeurd is. Maar wel: een mens niet voorgoed vastzetten in wat geweest is. Een nieuw begin mogelijk maken, elkaar het leven weer geven. Dat zie je ook bij Franciscus. Hij wist heel goed dat mensen zwakke en beperkte mensen zijn. Ook hij en zijn broeders waren niet volmaakt. Maar Franciscus probeerde telkens opnieuw ruimte te maken voor mildheid, geduld en barmhartigheid. Eigenlijk zegt Jezus vandaag: zoals Ik jullie vrede geef, zo moeten jullie ook vrede-brengers worden voor elkaar. Dat is Pinksteren. Niet alleen een innerlijk gevoel, maar een andere manier van omgaan met mensen. Minder hard. Minder gesloten. Meer vanuit de Geest van Christus.
Zusters en broeders in Christus,
Pinksteren vraagt niet dat wij méér doen. Het vraagt dat wij ontvangen en van daaruit elkaar de ruimte geven om te spreken – en te zwijgen en elkaar vrij maken, een nieuw begin gunnen. Dat wij geloven dat Christus ook vandaag in óns midden staat als wij vanuit Zijn Geest handelen. Moge wij zo bezield door de Geest in het leven staan, springlevend!