Filippenzen 2,6-11 – zr. Elisabeth
welkom en inleidend woord:
Hartelijk welkom aan een ieder hier aanwezig bij deze vigilieviering die we mogen beginnen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Deze zondag vieren we het feest Kruisverheffing. We vieren dat elk jaar op 14 september, maar het valt maar eens in de zoveel jaar op zondag waardoor er nu gelegenheid is om er wat uitgebreider bij stil te staan.
Het feest heeft oude wortels. Een legende vertelt ons dat Sint Helena, de moeder van keizer Constantijn de Grote, bij Jeruzalem in de 4e eeuw opgravingen liet uitvoeren, waarbij het kruis en de grafkelder van Jezus gevonden werden. Op de plaats van de gevonden grafkelder, achter Golgotha, liet Helena daarom de basiliek van het Heilig Graf bouwen. De basiliek werd officieel ingewijd op 13 september 335. Ieder jaar vindt daar op 13 september het kerkwijdingsfeest plaats, waarbij het gevonden kruis van Jezus aan het volk wordt getoond. Zo kreeg het op 14 september een eigen feest. Een oud feest dus, maar wat heeft het ons vandaag te zeggen? Daarover mag in deze viering hopelijk iets oplichten.
bezinning deel 1:
Ik doe het ongeveer 20x per dag… in onze vieringen en als we gaan eten, kruisverheffing. Ik sla dan een kruisje of ik kniel of buig richting het kruis met Christus erop. Zonet hebben we het aan het begin van de viering ook één of meerdere van deze handelingen kunnen doen. Sommigen van jullie zullen het nog vaker doen dan 20x, anderen minder vaak, tel het maar eens op een rustig moment, dan merk je hoe vaak je dagelijks – soms onbewust, soms heel bewust – je verbinding kunt maken met het zo veelzeggende symbool van ons Christelijk geloof, Christus op het kruis. Zo is onze Rooms-Katholieke traditie rijk aan lichamelijke uitingen waarmee we toewijding willen uitdrukken en in gemeenschap willen komen met God, met Jezus.
Jezus op het kruis, het spiegelt ons eigen kruis. Niet echt iets om op het eerste gezicht blij van te worden. Want hoe vaak voelen we naast onze zegeningen ons eigen kruis, dat wat zwaar op ons hart drukt aan zorgen, ziekte, eenzaamheid, verdriet, moeilijkheden, gekwetstheid, pijn, aan lijden. Allemaal zaken die ons aan ons kruis kunnen nagelen en tot slaaf kunnen maken zodat we onvrij leven.
De Drentse zanger Daniël Lohues heeft een lied gemaakt over het kruis dat elke mens te dragen heeft in het leven. Laten we naar dat lied gaan luisteren.
https://www.youtube.com/watch?v=EeH9-YBD60M&list=RDEeH9-YBD60M&start_radio=1
bezinning deel 2:
Ieder mens kent zijn eigen kruis. Voor de één lijkt het draaglijk, voor de ander loodzwaar. En toch, zegt de liedschrijver, zijn die kruizen in wezen even groot, want ze drukken allemaal op het hart van degene die ze draagt. Het lied geeft woorden aan wat wij in onze eigen levens ervaren: het lijden is ongelijk verdeeld, en toch is er een diepe verbondenheid omdat niemand zonder kruis door het leven gaat.
Soms kijken we naar de pijn van anderen, dichtbij of ver weg, en beseffen we dat hun kruis zwaarder is dan we ons ooit hadden kunnen voorstellen. Dan voelen we ons haast beschaamd om onze eigen zorgen. Maar we moeten niet vergelijken, alle kruizen doen ertoe en zijn persoonlijk. Al die verschillende, vaak eenzame kruizen die ook veel gelijkenissen hebben vragen erom om elkaar nabij zijn, elkaars lasten te helpen dragen, om elkaars leven te verheffen. Dat is gemeenschapsvormend. Verbinding maken met het kruis van de ander of je eigen kruis zichtbaar maken voor de ander brengt gemeenschap en verdieping tot stand. Wanneer je je kruis verheft naar elkaar kan het besef van wederzijdse kwetsbaarheid, van elkaars lijden, gemeenschap bewerkstelligen.
Toch zijn wij het niet die beginnen om deze gemeenschap aan te gaan. Paulus vertelde ons in de lezing dat Jezus niet aan God vast wilde klampen en gelijk wilde zijn aan Hem, maar dat Hij aan óns mensen gelijk wilde worden. En zo is Hij in ons leven gekomen om het leven mét ons te leven met alles wat daarbij hoort, al het goede en gelukkige, maar ook het moeilijke, het lijden. Dat is Hij niet uit de weg gegaan, integendeel, Hij heeft dat op zo’n manier doorleefd dat een ieder zich op de één of andere manier kan herkennen in de angst en pijn die Hij heeft doorstaan.
De pijn die je opdoet aan het leven laat zich niet wegdrukken. Als je probeert je pijn te ontlopen dan loop je om jezelf heen. En wie om zichzelf heenloopt, loopt om de plek heen waar Jezus jou juist wil ontmoeten. Dan kan Zijn aanwezigheid je niet bereiken en genezen. Jezus wil ons de hand reiken in hoe hij Zijn kruis en daarmee ons kruis wil dragen.
Het meest pakkende beeld uit het lied is, dat we onze kruizen allemaal op een hoop gooien en dat een engel dan zegt: “Pak maar weer een, het maakt niet uit welke.” Uiteindelijk, zo zingt het lied, zouden we ons eigen kruis toch weer terugnemen, we zijn er aan gehecht. Het kruis dat we dragen is verweven met ons leven, met onze roeping, met onze weg naar God. Het is dit eigen kruis dat ons vormt, dat ons dichter bij Christus brengt. Dat wil en kun je niet loslaten en inruilen voor een ander.
Op het feest van Kruisverheffing worden we dus uitgenodigd om met eerbied naar ons kruis te kijken. Niet als een last die ons verplettert, maar als de plaats waar Christus zelf ons ontmoet. Het kruis dat wij dragen wordt verbonden met het Kruis van de Heer, en juist daardoor wordt het een weg naar verlossing omdat het ons bevrijdt van datgene wat ons gevangen houdt, van wat ons weghoudt bij Gods liefde die door ons gehele kruis wil stromen.
Lieve mensen, laten we vandaag nieuwe moed vatten. Laten we ons kruis niet ontlopen, maar het opnemen in geloof, het omarmen, vertrouwend dat God het zal verheffen, zoals Hij ook zijn Zoon verheven heeft. En laten we elkaar steunen, in het besef dat elk mens een kruis draagt, soms van piepschuim, soms van lood, maar altijd kostbaar in Gods ogen.