Jesaja 11,1-10 – zr. Rebecca
inleiding:
We zijn samen op weg naar een nieuw begin, een nieuwe morgen. In de wereld om ons heen lijken donkerte, haat en verdriet sterker te zijn dan vreugde, vrede en licht. Maar elk jaar leert ons de adventstijd dat we de hoop mogen en moeten koesteren op een betere toekomst die voor ons is weggelegd. We gaan op weg naar het Licht dat door God aan de wereld geschonken wordt, ja, al geschonken is. De evangelist Johannes vertelt ons immers: “In het begin was het Woord en het woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven, en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan. […] Het ware Licht, dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld.”
Dat dichterbij komende Licht van de nieuwe morgen, dat wordt gesymboliseerd door de adventskaarsen, wordt elke week een beetje sterker. Met onze zuster Clara mogen we ons namelijk verwonderen dat “De hemelen Hem niet konden bevatten, maar Maria droeg Hem in de beslotenheid van haar heilige baarmoeder en had Hem op haar jonge schoot.”
Zoals het Kind groeit in Maria’s schoot, zo mag onze hoop in ons elke week een stukje groeien. Zo groeien wij toe naar een nieuw begin met elkaar, met God en al zijn schepselen. De profeet Jesaja neemt ons de komende weken in zijn visioen mee op deze pelgrimstocht mét de hoop. Deze week horen we misschien wel het beeld bij uitstek van het visioen waar onze hoop naar uitgaat. We zongen er al over in ons openingslied: ’t kind zal spelen met de slangen, wapens worden weggehangen, vriendschap staat in vuur en vlam. In het evangelie van deze zondag, roept Johannes de Doper ons op om de weg te bereiden voor de Heer en de vrede die Hij brengt.
bezinning:
In die dagen zal een koninklijke leider opstaan, rechtvaardig en onkreukbaar, die vrede brengt, ware vrede, niet alleen voor een kleine groep uitverkorenen, maar voor iedereen, ja voor heel de schepping. In die dagen… Maar welke dagen zijn dat? Geconfronteerd met een wereld, waar in onze dagen leiders vaak eerder hun eigen belangen voor ogen hebben en die van hun rijke medestanders, dan de belangen van hun eigen bevolking, laat staan van de wereldvrede… In zo’n wereld, hoe kun je het dan uithouden met een visioen van ‘die dagen’ die zo onbereikbaar ver weg lijken? De neiging is sterk om alle hoop maar op te geven en het visioen van Jesaja weg te zetten als een luchtspiegeling, een droom die zo onrealistisch is dat hij beter vergeten kan worden. Of we sussen ons in slaap bij de droom dat het ooit inderdaad wel goed zal komen, en vertellen onszelf dat we ons tot die tijd maar terug moeten trekken in een eigen wereldje waar we ons zo goed mogelijk veilig stellen. Maar geen van beide houdingen doet recht aan Jesaja en aan wat hij als profeet is en betekent. Noch doen ze recht aan waar wij zelf als mens toe geroepen zijn.
Het verschil tussen een droom als een fantasiewereld waar we ons in kunnen terugtrekken en een profetisch visioen, ligt in de oproep voor het hier en nu die in het visioen vervat ligt. De vrede waar Jesaja van spreekt, was ook in zijn eigen tijd onvoorstelbaar ver weg. En toch durft hij te spreken van de mogelijkheid. Hij laat de tranen toe van pijnlijk verlangen naar die beloofde werkelijkheid, die menselijk gesproken zo onbereikbaar ver weg lijkt. En voorbij aan die tranen kan hij dan zelfs de vreugde in zich laten doorbreken van de werkelijkheid van de goddelijke liefde die alles vervult en doordrenkt, ook al blijft het nog grotendeels onzichtbaar voor zijn ogen. En daarmee gaat het visioen bepalen hoe hij hier en nu in het leven staat.
Dit is de weg van de hoop, waar Jesaja’s visioen ons toe oproept. Het is de smalle en moedige weg van het uithouden van een verlangen, waarvan we ons de vervulling haast niet eens voor kunnen stellen, en toch weten dat het die kant op moet, hoe klein de stapjes ook zijn die we kunnen zetten. In die hoop gaan we af op het Licht van de nieuwe morgen, ook al lijkt de nacht om ons heen nog zo diep. Het is een zien, voorbij het zien, dat Christus in de wereld gekomen is en komt, dat de duisternis het Licht uiteindelijk nooit zal kunnen overmeesteren.