Amos 8,4-7, Lucas 16,10-13, 1BrAgn 25-30 – zr. Rebecca
inleidend woord:
Broeders en zusters in Christus, u allen van harte welkom in deze wake op de vooravond van de 25e zondag door het jaar. Wij mogen ons hier verzameld en verenigd weten in de ruimte van Gods barmhartigheid en in zijn Naam: Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.
De eerste lezing van deze zondag, van de profeet Amos, klinkt alsof het vandaag geschreven had kunnen zijn, in plaats van een kleine drieduizend jaar geleden: een scherpe aanklacht tegen hen die de armen en misdeelden verdrukken en enkel uit zijn op gewin voor zichzelf. Sociale wantoestanden zijn blijkbaar van alle tijden. Maar dit is geen reden om dan maar bij de pakken neer te gaan zitten. Integendeel, het is des te meer reden om onze eigen stem te voegen bij het koor van protest dat de eeuwen doortrekt: van Amos met zijn maatschappijkritiek tot Maria met haar revolutionaire protestsong, het Magnificat; van de bevrijdende heilsboodschap van Christus tot Franciscus en Clara met hun diepe verstaan van de waarde van de armoede als levensvorm.
Laten wij luisteren naar de lezingen en bidden dat God ons hart mag verlichten tot wakkere eerlijkheid, om te zien waar wij zelf ook nog dubbelzinnig zijn, opdat Gods Rijk van vrede ook in en door ons gestalte mag krijgen.
bezinning:
Het is niet mogelijk God en de mammon te dienen, want geen knecht kan twee heren dienen. Dit is de eenvoudige werkelijkheid die Christus in het evangelie benoemt, en die Clara voluit beaamt. Net als Franciscus, heeft Clara in haar leven aan dit inzicht de uiterste consequentie verbonden. Met voorbijgaan van al het andere, heeft zij zich enkel gehecht aan de armoede zelf, want zij wist: zodra je ook maar iets je bezit noemt, legt het beslag op je. De drang om jezelf met bezittingen veilig te stellen krijgt vat op je en voor je het weet ben je vergeten dat het God zelf is die als enige leven geeft, ja jouw leven is. En ongemerkt gaat het veilig stellen van jezelf dan ook ten koste van anderen, die gemakshalve terechtkomen in een categorie ‘minder belangrijk’: minder belangrijk dan ikzelf en de mensen die mij na staan.
Franciscus en Clara hebben heel scherp aangevoeld hoe absoluut dit is en dus voor ons moet zijn: ieder compromis op het vlak van de armoede is funest, als het gaat om het Koninkrijk van God. Dit betekent niet dat zij ontkenden dat een mens bepaalde dingen nodig heeft om te leven: voedsel, kleding, onderdak, relaties. Integendeel: zij begaven zich juist ten volle in die behoeftigheid van het menselijk leven – zoals ook Christus gedaan heeft. Zij waren er zich daarbij echter terdege van bewust dat geen enkele mens meer recht heeft op deze zaken dan een andere mens, en dat het in de grond Gods gave is waar wij allen van leven. De armoede is de weg die Christus ons gewezen heeft om allen tezamen, met alle schepselen, te leven in de rijkdom van Gods overvloed. Het is een leven in de realiteit dat alles gave is – en blijft.
Wie betrouwbaar is in het kleinste is ook betrouwbaar in het grote. Geld en bezit, hoezeer deze in onze huidige maatschappij ook worden neergezet als groot en belangrijk, zijn in het perspectief van God het kleinste. Het grote, dat is de liefde die God zelf is. Betrouwbaar zijn in je omgang met het kleinste betekent allereerst dat je nooit vergeet dat het inderdaad het kleinste is en het altijd in het perspectief ziet van Diegene die als enige groot is. Ieder goed op deze aarde is een geschenk dat je mag ontvangen, genieten en op zo’n manier inzetten en doorgeven dat de liefde vrucht blijft dragen.
Geen knecht kan twee heren dienen. Een dienaar zijn wij mensen sowieso, nooit de Meester. De vraag is alleen wie wij willen dienen: het angstige eigenbelang dat het leven verstikt, of de Liefde die ons vrij maakt.