Wijsheid 9,13-18b en Lucas 14,25-33 – br. Giovanni Haddad ofm

inleidend woord:

Jezus roept ons deze zondag op om zijn weg te volgen met heel ons hart. Hij vraagt ons te kiezen voor het leven met Hem, ook als dat betekent dat we offers moeten brengen en ons kruis moeten dragen. Maar wie Hem volgt, ontdekt dat Hij zelf de kracht geeft om vol te houden en dat zijn liefde groter is dan alles wat we achterlaten.

bezinning:

Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn” zegt Jezus. Het kruis dragen: wat betekent dat? Het heeft blijkbaar ook iets te maken met de verhouding tussen de relatie met je familie en de relatie met Jezus. Het religieus leven is een volgen van Jezus boven alles en allen, ook boven je eigen vader, moeder, broer en zus.
Als een jonge religieus in tijdelijke professie, ervaar ik nog dagelijks de keuze tussen mijn natuurlijke familie en mijn geestelijke familie. Als een volgeling van Jezus, nog onderweg, word ik op weg naar Jezus iedere dag weer wakker in het huis van mijn kloosterfamilie en niet meer in mijn ouderlijk huis. Jezus zegt dan ook: Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen. Elke dag opnieuw.
De vraag die onlosmakelijk verbonden is aan die dagelijkse keuze is: Jezus zelf. Waar is Jezus? Elke dag opnieuw sta ik stil bij die vraag, vooral in de kerk, in het gebed en meditatie. En de ontmoeting in het hart met Jezus, de man vol liefde die voor mij gekruisigd is, leidt tot het antwoord: zonder Jezus is
er geen weg, al heb je je hele familie bij je. Jezus’ Aanwezigheid bepaalt de relatie tot alles en allen, zelfs degenen die je het meest dierbaar zijn, zoals je familie.
Meer dan alles en allen wil Hij dat wij de weg voltooien en tot Hem komen. Zo waarschuwt Hij met de beelden van de torenbouwer en de strijdende koning hoe het onderweg fout kan gaan, en hoe belangrijk het is dat we waken. De “oorlog” van de volgeling van Jezus is tegen alles wat je van de weg
naar Jezus kan afleiden en weerhouden. En de grootste tegenstander en uitdager is in onszelf.
Mijn eigen geest is soms rusteloos en mijn wil wankel. Ik maak plannen, ik neem mij voor te bidden met aandacht, te leven met eenvoud, maar dan komt de afleiding, de vermoeidheid, de twijfel. Ik herken wat de Schrift zegt: De gedachten der stervelingen zijn onzeker, en twijfelachtig onze berekeningen. Maar juist in dat besef van mijn onmacht begint het vertrouwen. Want het is Gods Geest die mij leidt, niet mijn eigen inzicht. Alleen door Zijn gave kan ik de weg volhouden. Zoals het in de lezing staat: “Wie zou uw wil kunnen kennen, als Gij hem het inzicht niet geeft?” Dat woord geeft mij rust. Want het gaat er niet om dat ik alles begrijp, maar dat ik Hem toelaat.
Elke dag weer verliezen we de aanwezigheid van Jezus en daarmee de wegwijzer uit het oog, en dwalen we van de weg. Het kan hopeloos lijken, maar het is nooit hopeloos. In dit Jubeljaar van Hoop vieren wij niet alleen dat wij geroepen zijn tot Jezus te komen, maar misschien wel bovenal dat Jezus tot ons is gekomen, en blijft komen. Elke dag opnieuw komt Hij tot ons in de heilige Eucharistie. Als geestelijk voedsel geeft Jezus zichzelf aan hen die Hem willen volgen.
Laatst mocht ik de communie brengen naar enkele kerkgangers die achterin de kerk zaten en niet in staat waren naar voren te komen. Toen ik bedankt werd voor mijn dienst, zag ik in hoe klein de moeite en de afstand was die ik had afgelegd in vergelijking met de moeite en de weg die Jezus is
gegaan om tot ons te komen. Iedere dag weer. Niet af en toe, als het uitkomt, maar onophoudelijk, in totale liefde en uit totale vrijheid.
Ook als wij ver weg zijn, blijft Hij tot ons komen om te kloppen aan de deur van ons hart. En dat maakt ons tot Pelgrims van Hoop niet omdat wij sterk of zeker zijn, maar omdat God ons leidt door Zijn Geest, met wijsheid van boven, iedere dag opnieuw.