1 Petrus 3,15-18 en Johannes 14,15-21 – zr. Marijke

inleiding:

Zusters en broeders, wij mogen vanavond samenzijn in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Welkom bij deze vigilie op de vooravond van de 6e zondag van Pasen. Deze zondag lezen we verder in het Johannes evangelie. Het was nooit zo tot mij doorgedrongen dat deze woorden klonken tijdens het Laatste Avondmaal. En wij lezen het nu in de paastijd dus na het lijden en sterven en verrijzen van Jezus. Op beide momenten woorden met betekenis.
Jezus die zijn dood aankondigt aan zijn leerlingen. Maar of ze het echt wel verstonden wat Hij nu eigenlijk zei?
De leerlingen waren na Zijn dood niet direct in staat om zijn woorden te kunnen begrijpen. Gelukkig was daar Zijn verrijzenis en kon Hij zijn woorden herhalen voor zijn leerlingen, maar ook aan ons in deze tijd. Woorden van hoop klinken voor ons, Hij laat ons niet verweesd achter. Hij vraagt zelfs om een Helper aan Zijn Vader, en Hij zal terugkeren naar ons.

overweging:

Jezus geeft ons vandaag in het evangelie te denken over de Heilige Geest. Dat doet Hij op een speciaal en spannend moment. We bevinden ons namelijk nog in de bovenzaal waar Jezus net de voeten van zijn leerlingen heeft gewassen en de viering van het paasmaal met eigen woorden heeft verrijkt. Judas Iskariot is vertrokken. Het kan niet anders dat er een flinke spanning hangt en misschien ook allemaal wel vragen. Hoewel de tekenen die Jezus stelde hoopvol waren, is het maar zeer de vraag of dat nu al wel wilde landen bij de leerlingen.
Juist in deze sfeer spreekt Jezus nog een lange rede uit. Vandaag hoorden we daar een klein stukje uit. Het gaat over de Heilige Geest en over liefde. Want als Jezus zegt dat wie zijn geboden onderhoudt een andere Helper zal ontvangen, dan mogen we ons meteen herinneren dat Hij iets later dit gebod concreet zal maken. ‘Dit is mijn gebod: dat jullie elkaar liefhebben.’
In de eerste brief van Petrus viel vandaag het woord hoop. Hij verbindt dat ook aan een spanningsvol gegeven: lijden omwille van het goede dat gedaan werd, is beter dan last krijgen van wat je verkeerd deed. Je hoort op de achtergrond Jezus’ gebod meeklinken: heb elkaar lief. Maar ook Jezus’ eigen levensgetuigenis tot de dood aan toe. Het was de Geest die Hem ten leven wekte. Dit deed mij denken aan het verhaal van de schepping van Adam, die de Geest, de Adem van God, ingeademd kreeg.
Nadenkend over hoopvol leven met de Geest, verlangend de liefde te doen, moet ik denken aan mijn ervaringen op de fiets. En dan vooral ervaringen met de wind, wanneer ik aan het fietsen ben. Afgelopen week nog op Ameland kunnen ervaren, er stond namelijk een flinke wind!
De wind zie je niet, maar je kunt ‘m echt ervaren. Het is een kracht waar je rekening mee hebt te houden. Je kunt namelijk de wind in de rug hebben, dan loopt alles heel soepel. Soms voel je dan niet eens dat het best hard waait. Er kan ook sprake zijn van tegenwind. Dat kan echt heel zwaar zijn. Als je een rondje fietst, kom je beide tegen.
De heilige Geest kunnen we ook niet zien. Je kunt eigenlijk alleen maar de effecten van de Geest zien en af en toe sterk ervaren. Waar de wind de zeilen doet bolstaan en zo energie geeft om in beweging te komen, de takken aan de bomen doet wiegen en onze sluiers doet opwaaien, zien we de effecten van de Heilige Geest vooral daar waar Jezus gebod in de praktijd wordt gebracht. Heb elkaar lief. Geest in de praktijk, betekent voor mij hoop in de praktijk: God zelf werkzaam, heel nabij in en door ons mensen.
Als je nadenkt over het verlangen om te leven met de Geest, dan zou je kunnen zeggen dat wie de liefde wil leven beter niet kiest voor een eigen rondje. Omdat je dan altijd op een punt komt waarbij je niet met de Geest, de adem van God, meebeweegt maar – vaak moeizaam – eigen wegen gaat tegen de wind in. Beter is het om de route zo te kiezen dat het altijd voor de wind gaat. Zo gaan, dat de liefde geleefd wordt. Zo gaan, dat de keuze om lief te hebben zoals Jezus vraagt (en zelf voordeed) de route bepaalt.
Dat wil heus niet zeggen dat het ons altijd voor de wind zal gaan. Ook met de wind in de rug kun je een lekke band rijden. Met de wind in de rug, koersend met de liefde als richtingwijzer, is er wel altijd ademruimte. Ruimte om tot leven te komen door lief te hebben en Gods liefde te ontvangen.