zr. Rebecca
inleidend woord:
Broeders en zusters, mogen de vrede en de genade van onze verrezen Heer Jezus Christus met ons zijn! Jullie allen van harte welkom in deze viering op de vooravond van de 2e zondag van Pasen. Op deze avond weten wij ons ook bijzonder verbonden met onze broeders en zusters in Rome en wereldwijd, die op uitnodiging van Paus Leo deze avond samengekomen zijn om te bidden om vrede.
Het is de achtste dag van het Paasfeest, wat in feite de afronding is van die ene, eerste Paasdag die we een week lang laten duren, omdat het feest veel te groot is om in één dag te vangen. De evangelielezing van deze zondag omspant inderdaad ook die hele eerste week van Pasen, vanaf de dag van de Verrijzenis van de Heer tot de volgende samenkomst van de apostelen, een week later. Zowel in deze evangelielezing als in de lezing uit de eerste brief van Petrus, is het centrale thema: geloof. Hierover wil ik dan ook in deze viering met jullie wat nadenken, in twee korte overwegingen bij deze twee lezingen.
bezinning bij Johannes 20,19-31:
Deuren die gesloten zijn uit vrees. Het is een zeer menselijke reactie, die ons allen wel bekend zal zijn: als je bang bent, sluit je je voor anderen af. Je zoekt veiligheid in wat vertrouwd is, en het onbekende ziet er al gauw bedreigend uit. Dit is misschien ook wel een treffende omschrijving van de situatie en de houding van een groot deel van de wereld op dit moment. Maar Jezus, de verwonde en opgestane Heer, komt juist in die angstige geslotenheid binnen. Hij zegt ons vrede aan, zendt ons uit, schenkt de Geest en roept op tot vergeving.
Je zou zeggen: nu komt alles goed, dit was de oplossing waar we op zaten te wachten, nu is het gesloten wereldje opengebroken! Maar wat blijkt: Thomas, Didymus, de Tweeling die jij of ik of iedere naaste zou kunnen zijn, was er niet bij. En een week later zitten de deuren toch weer even potdicht als de week ervoor.
Opnieuw laat Jezus zich niet door gesloten deuren tegenhouden. Hij komt binnen en zegt opnieuw: Vrede. Het lijkt simpelweg een herhaling van zetten, maar met dit verschil: nu is Thomas erbij, de ander, de buitengeslotene. Nu is de gemeenschap voltallig aanwezig. Pas in deze heelheid, waarin ieder er mag zijn, blijkt er ruimte om de aanwezige wonden aan te kijken, persoonlijk en gemeenschappelijk. En pas in deze heelheid, die de verwondingen liefdevol onder ogen ziet, welt de diepe en levengevende geloofsbelijdenis op: Mijn Heer en mijn God.
bezinning bij 1Petrus 1,3-9:
Af en toe zijn er van die momenten in je leven, dat het geloof opwelt als een krachtige belijdenis: Mijn Heer en mijn God. Maar veel vaker merken we, dat we toch steeds weer opgesloten raken in onze angst en onzekerheid. Petrus heeft het in zijn brief over geloof dat beproefd wordt. Als geloven makkelijk was, dan zou het ook niet bijzonder veel waard zijn. Maar in feite, zegt Petrus, is ons geloof kostbaarder dan goud, en iedere keer dat het op de proef wordt gesteld, wordt het nog verder uitgezuiverd.
De uitdaging aan ons bestaat erin, die uitzuivering uit te houden, met de blik gericht op de hemelse vreugde die voor ons is weggelegd. Toch is dit ‘uithouden’ heel iets anders dan met de blik op oneindig het lijden maar stil verduren. “Behouden blijven voor het heil,” zoals Petrus het noemt, is in feite geen passieve houding, maar juist iets heel actiefs. Het gaat erom het geloof in ons tot leven te laten komen en steeds verder te laten uitgroeien, door onze eigen neiging te doorzien om ons steeds weer terug te trekken in angst en zelfbescherming. En dan te gaan zien hoe Jezus dat steeds weer wil openbreken. Het gaat erom de dingen en de mensen die wij geneigd zijn te vergeten of te verbergen of buiten te sluiten, omdat ze te ongemakkelijk of pijnlijk zijn, ook uitdrukkelijk te betrekken in de levende relatie met God.
Geloven is wel uiterst persoonlijk, maar doen we nooit alleen. De redding die het einddoel van ons geloof is, is niet individueel te bereiken maar alleen door alles en iedereen, van binnen en van buiten, erin te betrekken en mee te nemen – uiteindelijk heel de schepping. Vrede en heelheid zijn pas volkomen, als ze er voor iedereen zijn.