Filippenzen 2,6-11 – zr. Emmanuel

inleiding:

Zusters en broeders in Christus, wij zijn hier bijeen in de genadevolle ruimte en liefde van onze God, Die is: Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.
Van harte welkom in deze vigilie, op de vooravond van Palmzondag. We gaan de Goede Week in, de week waarin we Christus’ zelfgave vieren en zijn lijden en sterven gedenken. Ook doorheen deze week zal het gebed waarmee we de viering begonnen onze leidraad zijn. En dit in verbondenheid met Franciscus, die dit gebed heeft nagelaten in zijn Testament:
En de Heer heeft mij zo’n geloof in kerken gegeven dat ik eenvoudig bad en zei: “Wij aanbidden U, allerheiligste Heer Jezus Christus, hier en in al uw kerken over heel de wereld. En wij loven U, omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.”
De voorbije weken overwogen we steeds een zin of zinsnede uit het gebed, in het licht van het Evangelie van de zondag. Vanavond, deze week, komt alles samen. Het kruis, de reden van ons aanbidden en loven, blijkt de plaats waar alles samenkomt, waar alles verenigd wordt. In Christus.

bezinning:

De prachtige Christushymne van de apostel Paulus voert ons in een oogwenk mee naar de plaats waar alles samenkomt. Paulus bezingt hoe Hij die bestond in goddelijke majesteit, zichzelf ontledigde en het bestaan van een slaaf op zich nam. Die neerwaartse beweging bereikt haar dieptepunt – en tegelijk haar hoogtepunt – in Christus’ sterven aan het kruis. Hij vernederde zich en werd gehoorzaam tot de dood, ja, de dood aan het kruis.
Het kruis is hier geen detail, maar het allesbeslissende moment. Juist daar, in totale overgave en uiterste kwetsbaarheid, openbaart zich wie God werkelijk is. De God die wij aanbidden en loven. De God die zichzelf geheel en al aan ons geeft. In Christus houdt God niets achter: geen macht, geen eer, zelfs zijn eigen leven niet. Zijn liefde gaat tot het uiterste, tot in de dood.
In het licht van het kruis krijgen ook Paulus’ woorden over de gehoorzaamheid van Christus hun volle betekenis. Christus’ gehoorzaamheid is geen blinde onderwerping, maar een vrije keuze om zich toe te vertrouwen aan de weg van de liefde, zelfs wanneer die doorheen lijden en dood gaat. Het is een gehoorzaamheid die voortkomt uit relatie: vertrouwen op de Vader, ten einde toe.
En juist daarom volgt de ommekeer. Daarom heeft God Hem hoog verheven… Niet ondanks het kruis, maar doorheen het kruis. Lijden en dood vormen geen mislukking, maar de plaats waar Gods verlossing kan gebeuren. Wat in de ogen van de wereld aanstoot of dwaasheid, blijkt juist Gods kracht en Gods wijsheid.
Die radicale zelfgave van Christus op het kruis, raakt aan wat de heilige Franciscus zo diep heeft doorleefd. Voor hem was het kruis geen abstract symbool, maar een levende werkelijkheid. Hij zag in de gekruisigde Christus de ultieme uitdrukking van Gods liefde en nederigheid. In zijn tweede brief aan de gelovigen verbindt Franciscus Christus’ gehoorzaamheid aan de Vader met zijn zelfgave aan het kruis. Franciscus schrijft:
En toen zijn lijden ophanden was, vierde Hij het paasmaal met zijn leerlingen. (…) Daarna bad Hij tot de Vader met de woorden: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze kelk aan Mij voorbijgaan.’ En zijn zweet werd als druppels bloed die op de grond vielen. Hij legde echter zijn wil in de wil van de Vader met de woorden: ‘Vader, uw wil geschiede; niet zoals Ik wil, maar zoals Gij wilt.’ En dit was de wil van de Vader: dat zijn gezegende en roemrijke Zoon, die Hij ons gegeven heeft en die voor ons geboren werd, zichzelf door zijn eigen bloed als offergave op het altaar van het kruis aanbood (…)
Zo liet Hij ons een voorbeeld na, opdat wij zijn voetstappen zouden volgen.
Franciscus’ eigen leven werd steeds meer getekend door het kruis. Zijn verlangen om gelijkvormig te worden aan de gekruisigde Heer ging zo ver dat hij de tekenen van het lijden – de stigmata – ontving: tekenen van een diepe verbondenheid, liefde die bereid is zichzelf te geven, zoals Christus dat deed.
Deze zondag worden wij voor de indringende vraag gesteld: durven ook wij deze weg van zelfgave te gaan? Durven wij lief te hebben tot het pijn doet, te dienen zonder erkenning, los te laten wat ons zekerheid geeft? Want juist daar, waar ook wij afdalen, raken wij aan het geheim van Christus’ leven en sterven. En daar, in de schaduw van het kruis, begint reeds iets zichtbaar te worden van de opstanding: dat liefde sterker is dan de dood, en dat wie zichzelf verliest, gevonden zal worden in God. Laten wij in de stilte die nu volgt, die indringende vraag tot ons toelaten. Durven wij de weg van Christus’ algehele zelfgave te gaan?