Matteüs 17,1-9 – zr. Emmanuel
inleiding:
Zusters en broeders in Christus, wij zijn hier bijeen in de genadevolle ruimte en liefde van onze God, Die is: Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.
Van harte welkom in deze vigilie van de tweede zondag van de Veertigdagentijd.
We begonnen deze viering met het gebed dat deze Veertigdagentijd onze leidraad is. Het is het gebed van Franciscus, waarvan hij zelf getuigt in zijn Testament:
En de Heer heeft mij zo’n geloof in kerken gegeven dat ik eenvoudig bad en zei:
“Wij aanbidden U, allerheiligste Heer Jezus Christus, hier en in al uw kerken over heel de wereld. En wij loven U, omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.”
Vorige week overwogen we samen wat aanbidding inhoudt, zagen we onze beletsels onder ogen, onze zorgen en beslommeringen. We maakten opnieuw de keuze om ‘de Heer onze God te aanbidden en Hem alleen te dienen.’
Deze zondag staan we stil bij wie we aanbidden: onze allerheiligste Heer Jezus Christus.
Het Evangelie licht een tipje van de sluier op, even wordt zichtbaar wie Jezus is, in volle glorie. Maar niet voor lang: Jezus vervolgt zijn weg naar Jeruzalem, waar Hem het kruis wacht. De weg die Jezus gaat is de weg van het kruis, en wij gaan die weg met Hem.
Bidden wij nu met Franciscus zijn gebed voor het kruis:
Hoogste, roemrijke God,
verlicht de duisternis van ons hart
en geef ons het ware geloof,
de gegronde hoop en de onverdeelde liefde,
het aanvoelen en de kennis, Heer,
om uw heilige en waarachtige opdracht
te kunnen uitvoeren.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.
bezinning:
In het Evangelie hoorden we hoe Jezus op de berg Tabor voor de ogen van Petrus, Jakobus en Johannes van gedaante wordt veranderd. Even wordt Jezus zichtbaar in zijn heerlijkheid, als onze allerheiligste Heer Jezus Christus. Even. Het Evangelie eindigt ermee dat die lichtende ervaring weer voorbij is. De leerlingen wordt op het hart gedrukt over die ervaring te zwijgen, totdat Jezus uit de doden is opgestaan. Dat was het dan? Voorlopig althans?
In het lectionarium begint het Evangelie met het algemene ‘in die tijd’. In werkelijkheid wordt het gebeuren op de berg Tabor veel specifieker geduid. ‘Zes dagen later’ staat er. Wat er gebeurt op de berg Tabor staat niet op zichzelf. Het is nauw verbonden met wat er zes dagen eerder is gebeurd.
Zes dagen eerder vertelde Jezus zijn leerlingen voor het eerst over wat Hem in Jeruzalem te wachten staat. Dat Hij daar veel zal moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden. Dat Hem daar zelfs de dood wacht, de dood aan een kruis. Petrus komt daartegen in opstand, maar Jezus maakt hem duidelijk dat dat menselijke overwegingen zijn, niet wat God wil. Jezus gaat zelfs nog verder. ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen’, klinkt het.
Het kruis. Het kruis bepaalt de context en de diepe betekenis van wat er op de berg Tabor gebeurt.
Ja, Jezus is Heer. Maar wel doorheen lijden en kruis. Zoals het klinkt in een lied dat we straks met Pasen zullen zingen: ‘Dat stad en land en wereldwijd de Christus als de Heer belijdt… en weet waarin Hij Heer wou zijn…’ Het gaat erom dat we weten, écht ten diepste weten, waarin Jezus Heer wil zijn.
Ja, wij belijden Hem als onze allerheiligste Heer. Maar dat betekent dat we Hem moeten volgen door onszelf te verloochenen en ons kruis op te nemen. Dat we ons moeten laten leiden door wat God wil en niet door menselijke overwegingen. Zoals Jezus zelf eerder in het Matteüsevangelie zegt: ‘Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is.’
Franciscus heeft dit goed begrepen. Wanneer Hij Jezus Heer noemt, verbindt hij dat onlosmakelijk met navolging. En wel navolging van zijn nederigheid en armoede, van zijn gehoorzaamheid aan de Vader. In zijn zesde wijsheidsspreuk roept Franciscus op om Hem voor ogen te houden die het lijden aan het kruis heeft doorstaan om zijn schapen te redden. En de schapen van de Heer volgen Hem, zegt Franciscus. ‘In verdrukking en vervolging, in hoon en honger, in ziekte en beproeving en dergelijke meer.’
Laten wij in de stilte die nu volgt bij onszelf overwegen waarin Jezus Heer wil zijn. Waarin wil Hij Heer zijn over ons, in ons leven? En waarin volgen wij Hem?