Johannes 11,3-7+17+20-27+33b-45 – zr. Emmanuel

inleiding:

Zusters en broeders in Christus, wij zijn hier bijeen in de genadevolle ruimte en liefde van onze God, Die is: Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.
Van harte welkom in deze vigilie van de vijfde zondag van de Veertigdagentijd.
Al vier weken zijn we onderweg, op de weg van het kruis, met het gebed waarmee we deze viering begonnen als leidraad. Het is het gebed van Franciscus, waarvan hij zelf getuigt in zijn Testament:
En de Heer heeft mij zo’n geloof in kerken gegeven dat ik eenvoudig bad en zei: “Wij aanbidden U, allerheiligste Heer Jezus Christus, hier en in al uw kerken over heel de wereld. En wij loven U, omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.”
De voorbije weken overwogen we samen ons aanbidden en ons loven. Deze vijfde zondag gaat het om de reden, de aanleiding van ons aanbidden en loven. Namelijk: omdat Christus door zijn heilig kruis de wereld verlost heeft.
Christus is de weg van het kruis ten einde toe gegaan, om ons en heel de wereld te verlossen, vrij te maken en het leven te geven.
En wij gaan die weg met Hem. Doorheen ons eigen lijden en kruis zijn wij ten diepste met Hem verbonden en delen we in het lijden en het kruis van Christus.

bezinning:

De profundis clamavi, zo zongen wij met de psalmist: ‘Uit de diepten, uit afgronden roep ik U, Heer.’ In het Evangelie hoorden we over iemand die uit de diepste diepten roept, uit de afgrond van de dood. Lazarus. Of eigenlijk roepen zijn zusters namens hem. Ze sturen Jezus de boodschap: ‘Heer, zie, hij die Gij bemint, is ziek.’ Ze doen een beroep op Jezus’ liefde.

Als Jezus dit hoort, verzekert Hij: ‘Deze ziekte voert niet tot de dood, maar is er omwille van Gods heerlijkheid, opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt moge worden.’ Toch sterft Lazarus, en wordt hij in een graf gelegd. Nog twee dagen blijft Jezus waar Hij is, en op de derde dag gaat Hij dan inderdaad, om hem die Hij bemint te zien. Meer nog: om hem uit de doden op te wekken.

Ligt in die opwekking van Lazarus uit de doden de verheerlijking van Jezus? “Moest” – bij wijze van spreken – Lazarus sterven, om die verheerlijking mogelijk te maken? Dat is de vraag die Jezus zelf stelt, wanneer Hij op die derde dag met twee leerlingen oploopt richting Emmaus. Namelijk: ‘Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?’ Zo is Lazarus de voorafbeelding van Jezus. Zoals de verheerlijking van Jezus geschiedt doorheen Lazarus’ ziek-zijn, sterven en opwekking uit de dood, zo moet ook Hijzelf lijden en sterven, om zo in zijn glorie binnen te gaan.

De ziekte van Lazarus is er ‘omwille van’, en het lijden en sterven van Jezus ‘moet’. Dat zijn woorden waar we ons ongemakkelijk bij voelen, bij die schijnbare noodzakelijkheid van het lijden. Als wij mensen vragen naar de zin van het lijden, is die vraag eerder een retorische vraag. ‘Waar heb ik, of waar heeft hij of zij dit aan verdiend?’ vragen wij niet zelden als lijden ons treft.

Waar we ons echter getroost door mogen weten, wat deze zondag de hoopvolle en troostrijke boodschap voor ons is, is dat lijden en dood nooit het laatste woord hebben. Meer nog: dat Christus zelf in ons ziek-zijn, in ons lijden en in ons sterven – en in dat van onze dierbaren – aanwezig is. Ook in ziekte, ook in lijden en dood, kan iets van Gods heerlijkheid zichtbaar worden, omdat Hij daarin met ons is.

Met Franciscus aanbidden en loven wij Christus omdat Hij de wereld verlost heeft, en wel door zijn heilig kruis. Hij heeft ons en heel de wereld verlossing gebracht doorheen zijn lijden en sterven. En daarin volgen wij Hem. Christus heeft het lijden aan het kruis doorstaan om ons te redden, zegt Franciscus. En wij volgen Hem, ‘in verdrukking en vervolging, in hoon en honger, in ziekte en beproeving’, in lijden en sterven.

Christus zelf nodigt ons uit om in alles wat ons overkomt, als ziekte of lijden ons treft, als zuster dood ons nadert of een dierbare van ons wegneemt, om in en doorheen dat alles Zijn aanwezigheid te zoeken, zijn nabijheid, zijn liefde. Om te zoeken naar waar liefde zichtbaar wordt. Ook in ziekte, lijden en dood. Niet voor niets deden Martha en Maria een beroep op Jezus’ liefde voor Lazarus. Want sterk als de dood is de liefde.

Laten wij in de stilte die nu volgt dit alles bij onszelf overwegen. Waar worden wij getroffen door ziekte, lijden, of zuster dood? Kunnen wij daarin oog hebben voor waar liefde gebeurt? Voor Gods liefdevolle aanwezigheid?